Wie ben ik?
Ik werd op zeer jeugdige leeftijd geboren. Mijn ouders waren niet thuis want mijn moeder lag in het ziekenhuis en mijn vader was daar op bezoek; zodoende misten ze deze belangrijke gebeurtenis.
Toen ik 7 was, vroeg ik aan mijn moeder of ik (net als mijn broer) op blokfluitles mocht. Dat mocht. Maar al tijdens één van de eerste lessen zei de lerares tegen me: "Het is erg knap van je dat je kunt spelen zonder naar het notenschrift te kijken, maar dat is niet de bedoeling."
Mijn probleem was echter bij het notenschrift hetzelfde als van dyslectici bij woorden: ik moest de tijd nemen om de noten te ontcijferen; noten lezen en spelen tegelijk lukte me niet (en nu nog steeds niet).
Dus wat deed ik? Ik keek in de richting van het muziekpapier terwijl ik rustig verder speelde op het gehoor. Dat ging goed totdat we een liedje moesten spelen dat ik niet kende... En ik werd van blokfluitles af getrapt.
Toen ik 12 was, kreeg ik de gelegenheid om op een (weliswaar vreselijk valse maar niettemin) piano te spelen. Niet veel later mocht ik op het harmonium spelen dat daar ook stond... en dat was voor mij reden om aan mijn moeder te vragen of we een orgel in huis haalden.
Dat gebeurde (een elektronisch orgel merk Riha om precies te zijn), maar je raadt het al: ik moest orgelles nemen. Een half jaar heb ik dat volgehouden en dan ben ik er spontaan zelf mee gestopt: bij blokfluit moest ik één noot tegelijk lezen en spelen; bij orgel waren dat er doorgaans minstens 5: 1 of 2 voor de melodie (en tweede stem), 3 (soms 4) voor de akkoorden en het baspedaal was nummer 5, 6 of 7).
Wel heb ik veel baat gehad bij de theorielessen die daar ook bij werden gegeven, zodat ik bijvoorbeeld te weten kwam hoe de akkoorden heten, om maar iets te noemen.
Ik was 15 of 16 toen ik voor het eerst willens en wetens een lied schreef. Natuurlijk stelde dat nog weinig voor, maar het begin was er: één stem en een piano. Van arrangeren had ik nog geen kaas gegeten.
De tekst van dat lied was trouwens abominabel, maar de muziek was eigenlijk niet eens zo erg slecht. Daarom heb ik het als instrumentaal nummer opnieuw tot leven gewekt onder de naam "1972 rock".
Ik zal rond de 20 zijn geweest toen ik de smaak te pakken kreeg van driestemmige zang. Dat was mijn stokpaardje totdat ik in 1983 de wijze raad kreeg van André Groote (die de meesten kennen als de paragnost van Veronica radio, maar waarvan minder bekend is dat hij ook musicus was) om niet te overdrijven: altijd driestemmig is teveel.
Vanaf mijn eerste driestemmige zang tot in de jaren '90 heb ik op analoge apparatuur volgens de pingpongmethode opgenomen: steeds maar overspelen terwijl er een partij bij wordt gemengd. Meer dan 10 partijen (zang + instrumenten dus) was niet mogelijk of de kwaliteit van het eerst opgenomen instrument werd te slecht. In de jaren '90 kocht ik 2 digitale recorders en een mengpaneel, waardoor ik veel meer partijen kon mengen.
In de 21e eeuw kocht ik mijn eerste digitale multitrack opname-apparaat (12 sporen). Toen dat kapot ging, stapte ik over op mijn huidige apparaat (32 sporen).
En nu moet ik nog iets kwijt...
Toen ik 4 of 5 was, werden mijn amandelen geknipt. Dankzij een fout van de anaesthesiste kreeg ik zeker 5 minuten lang geen adem. Het is hoogstwaarschijnlijk hieraan te wijten dat ik een stukje fijne motoriek mis. Spastisch is veel te sterk uitgedrukt, maar je snapt het: je zult van mij nooit een snelle solo op de piano (of welk instrument dan ook) horen. Het is dankzij de moderne technologie dat ik de muziek kan maken die ik maak.
Wordt vervolgd?